09. Camino Francés (Leon naar Santiago) april 2019

Op weg naar Santiago deel IX

Toen ik in 2014 samen met dochter Suzanne over de Camino Francés naar Santiago de Compostela liep had ik nooit kunnen verzinnen dat de Camino vijf jaar later nog steeds zo’n belangrijke rol in mijn leven zou spelen! Net als veel andere pelgrims blijf ik terugverlangen naar het onderweg zijn, de ontmoetingen, de natuur, het genieten van de zon en de warmte, maar ook het afzien in regen of kou, de café con leche onderweg, de herbergen en óók: het aankomen in Santiago. Ik ben inmiddels van alle kanten Santiago binnen gewandeld en het gaat me nog steeds niet vervelen. Velen vinden die drukte en die poppenkast in de stad een anticlimax na hun tocht, maar ik vind het elke keer weer heerlijk!

Aanvankelijk was het plan om met Suzanne in het zuiden van Spanje de Camino Mozarabe te gaan lopen, maar dat liep anders. Ik ga nu alleen mijn in de vorige winter gestarte tocht op de Francés vervolgen. Ik liep toen van Pamplona naar Burgos, nu is het plan om van Leon naar Santiago te lopen, zo’n 300 km.

De laatste jaren liep ik/ liepen wij minder druk belopen Camino’s én bovendien neemt het aantal pelgrims per jaar nog steeds fors toe; ik ben dus héél benieuwd hoe ik het nu zal gaan meemaken.

Nu het vertrek dichterbij komt (over een week al!) komt er een gevoel van onrust en prettige spanning in me op. Het wordt tijd voor het uitprinten van mijn Camino-paklijstje, het inspecteren van mijn spullen en het aanschaffen van shampootjes en tandpasta. De route en de overnachtingsadressen staan gedownload in Maps.me op mijn telefoon. Ik heb ten overvloede de Eroski app én ik heb Gronze.com achter de hand. Volgens de taal-app Duolingo beschik ik over een Spaanse vocabulaire van 654 woorden. De Facebook pagina van het Genootschap geeft voortdurend legio goede adviezen over alle mogelijke soorten problemen die ik onderweg kan tegenkomen (een post over blaren geeft al gauw een uitvoerige discussie met 56 goedbedoelde maar elkaar vaak tegensprekende adviezen op én een oproep tot het hebben van een grenzeloos vertouwen in Jacob en ‘de weg’ die alle problemen voor me op gaan lossen). Dan nog mijn eerdere Caminoervaringen. Mij kan niets meer gebeuren!

Met pelgrims op stap

Het is er deze keer niet van gekomen me goed voor te bereiden op de tocht, té druk met van alles geweest. De plots ingezette lente heeft me de tuin ingejaagd waar ik me de laatste week van voor naar achter kruipend op mijn knietjes over de kiezelstenen van het erf en over het mijnstenen pad achter in de tuin heb geploeterd om alle onkruid te verwijderen. Een inspanning die me geen stevige kuiten of puike conditie heeft opgeleverd maar een stijve rug en pijnlijke knieën!

Vandaag heb ik echter een goede 20 kilometer gewandeld met de Amsterdamse Camino vrienden van het Genootschap. We liepen van Hoofddorp via Vijfhuizen en Spaarndam naar Haarlem waar ik ben geboren en van 1978 tot 1996 heb gewoond en waar ik als het niet voor mijn werk nodig was geweest nooit zou zijn weggegaan! Nostalgische momenten dus, maar ook wat teleurstelling bij het zien wat er allemaal is veranderd en bijgebouwd in de laatste 20 jaar.

Heerlijk om met zielsverwanten te lopen en te kletsen. Er liepen er wel acht bij met plannen voor de komende maanden op verschillende Camino’s in Spanje en Portugal. Een ideale dag om in de goede stemming te komen!

Suzanne heeft me wegwijs gemaakt op Spotify zodat ik muziek kan downloaden en straks onderweg kan luisteren als ik dat wil. Onderweg naar het station fietste ik dus met oortjes in, luisterend naar het rauwe stemgeluid van Anouk. Gek om zo in je eigen cocon te zitten, je sluit je tóch wat af voor de wereld. Tot mijn verrassing zag ik onderweg en op het station bizar veel mensen met oortjes in en zelfs koptelefoons op! Een geval van: je ziet het pas als je het door hebt. Misschien is het niks voor mij, maar misschien vind ik het fijn. We gaan het zien volgende week.

De wandeling van vandaag werd zoals altijd afgesloten met een Café St Jacques in een restaurant naast het Haarlem station. Fijne dag!

OMG! Gaat het vlak voor vertrek tóch nog mis?

Ik gun jullie op de foto een intiem kijkje in mijn gebit. Toen ik vorige week woensdag met het Genootschap wandelde beet ik tijdens de lunch onverwacht op iets hards in het broodje dat bij de pastinaaksoep werd geserveerd. Ik voelde meteen dat het mis was, mijn kroon links onder deed plotseling pijn! De dagen daarna werd het minder, dus ik suste mezelf met de verklaring dat de wortel even een optater had gehad en weer moest herstellen. Toen ik zaterdag mijn tandarts mailde met de vraag wat te doen, kreeg ik ook een geruststellend antwoord: wacht nog maar even af. Vanmorgen vroeg belde ik voor de zekerheid tóch voor een spoed afspraak. Op de foto is een horizontale breuk te zien onder de kroon. De kroon zat los en is nu verwijderd, de wortel in mijn kaak is zo goed mogelijk schoongemaakt en afgedicht. Ik kreeg een recept voor antibiotica mee voor als het misgaat. Duimen jullie mee dat het goed gaat?

Nóg een verrassing. Simone stuurde dit Facebookbericht door: sneeuw in de bergen bij Leon, de stad waar ik mijn Camino begin. Je begrijpt: mijn handschoenen gaan mee.

Ik ben er helemaal klaar voor: de rugzak is ingepakt, ik heb online ingecheckt en de taxi is voor 4.50 uur besteld. Let’s go!

Op naar Spanje!

Dat was een heel speciale ervaring vanmorgen: cruesli eten zonder mijn kroon, misschien voor de toekomst iets te ambitieus als ontbijt? Voortaan pover op Brinta? Hoewel, het kán nog erger, op de Camino krijg ik straks weer te maken met de knoerharde stukken brood die als tostada bij het ontbijt worden geserveerd!Ik heb op dag één meteen al weer goed bijgedragen aan mijn CO2 uitstoot, om kwart voor vijf stond de taxi al buiten voor de deur om me naar Schiphol te rijden (voor een prijs die gelijk was aan die van de hele vlucht naar Spanje!) maar ja, zo vroeg in de ochtend rijdt er nog geen trein. Dan óók nog vliegen, daarna zal ik echter twee weken lopen en alleen mijn éigen energie verbruiken.

De weegschaal op Schiphol liet me zien dat ik weer netjes heb gepakt. Ook al is 7.5 kg niet veel, als het op je rug hangt is het best zwaar, het zal wel weer wennen.

Op de Camino heb ik mijn e-book mee met een aantal nieuwe titels, de boekwinkel op Schiphol heeft daardoor helaas wel aan magische aantrekkingskracht verloren. Zo’n dikke pil als de nieuwe Buwalda neem je nu eenmaal niet in je rugzak mee!


Eerst een vlucht naar Madrid en vervolgens met een luxe sneltrein in twee en een half uur naar Leon. Ik zag voor ik aankwam opeens in de verte een paar gebogen pelgrims met fladderende poncho’ s over de eindeloze meseta tegen de wind optornen, mijn hart maakte een sprongetje.

Ik liet mijn rugzak achter in het hostel waar ik vooraf gereserveerd had (een eigen kamer voor de eerste nacht, voorzichtig opbouwen) en bezocht de kathedraal, die beroemd is om zijn hoeveelheid glas in lood ramen en het klooster, omdat ik dol ben op kloostergangen.

Ik kwam twee de stad twee Nederlandse fietsperigrinas tegen en in het restaurant de Zweedse Lasse met wie we samen aten. Morgen gaan!


In de benen! Dag 1: naar Villar de Mazarife, 21.1 km

Had ik een eigen kamer die op slot zat en is er tóch een insluiper binnengekomen! Toen ik wakker werd bleek dat mijn oude vriend Herpes zich ’s nachts in mijn linker mondhoek had genesteld! Hij komt met enige regelmaat langs en komt nooit gelegen. Hij manifesteert zich meteen onstuimig en bezorgt me nu al een vies hoopje blaasjes en een stijve dikke huid er omheen. Hij laat zich meestal afremmen met een kuur magische pillen; ik had nog overwogen om ze thuis te laten, maar dat is op een eerdere Camino al eens misgegaan. Meteen maar gaan slikken dus en hopen dat het meevalt.De dag begon met miezerige regen en dat bleef de rest van de dag zo. In een grote stad als Leon verwachtte ik over de gezellige barretjes te struikelen om een ontbijtje te scoren, maar er bleek zóveel gesloten. Ik stelde me tevreden met een napolitana, het bleek een chocolade broodje van gisteren ☹, beetje valse start dus vanmorgen.Ik mijn herinnering was de aankomst in Leon de vorige keer doodsaai, de weg de stad uit vond ik nu best leuk, ik liep de ontwakende stad uit, vanaf de kathedraal, door het oude centrum, door buitenwijken en voorstadjes.Ik heb gisteren onderweg in de trein heerlijk naar muziek uit de jaren zestig geluisterd met mijn oortjes in. Nu heb ik onderweg uitvoerig lopen klungelen om de jaren zeventig binnen te laten, maar dat lukte niet met de geknoopte draadjes van mijn oortjes, mijn handschoenen en mijn stokken. Ik moet er echt uitgezien hebben als en onbeholpen 60 plusser! Nog maar eens droog oefenen vanavond.In het dorpje Virgin del Camino werd ik door een frêle oud dametje aangesproken; ondanks mijn tegenstribbelen leidde ze mij onverbiddelijk naar een kerkje waar de Heilige Maagd als centrum van een groot altaarstuk te bewonderen was. Toen ik even op een bankje was gaan zitten kwam de pastoor op me af. Hoewel hij zichtbaar teleurgesteld was toen ik moest bekennen dat ik niet katholiek ben, kreeg ik tóch heilwensen van hem mee voor een goede tocht.Kort daarna kwam ik bij een splitsing tussen de originele Caminoroute en een variant. In mijn boekje werd de originele route die de drukke N-weg volgt volledig afgekraakt, zodat ik de 4.5 km langere alternatieve route koos. Ik voelde me de eerste kilometers enorm bekocht omdat ik nu over een (weliswaar doodstille) asfaltweg werd geleid door een troosteloos landschap. De natuur is op enkele voorzichtige bloeipogingen van de brem na nog volledig in winterslaap. Even verderop veranderde de weg in een breed verhard pad en liep ik heerlijk tussen het niks door.Net toen het harder begon te regenen doemde het dorpje op waar ik mijn overnachting had gepland. Ik kwam als eerste aan in de private herberg San Antonio de Pádua met een enorme, nog lege slaapzaal. Ik zocht de hele zaal af naar het enige stopcontact, helemaal privé achter mijn kussen! Er is hier geen disposible beddengoed. Normaal heb ik zo’n wegwerpsloopje in mijn Camino-inventaris. Blijkbaar is ie nooit op mijn paklijst terechtgekomen, dus nu ben ik hem vergeten. 😢Er is hier een eetzaal/huiskamer met tafels en stoelen en een bank bij de (nep) openhaard met échte vlammen, behaaglijk warm. Op die bank zit opa in diepe slaap met open mond te snurken, wat het aanzienlijk minder aantrekkelijk maakt om bij het vuur te gaan zitten. Opa is net wakker geworden en met zijn pakje sigaretten naar buiten gesloft waar ik hem uitgebreid hoor rochelen en hoesten, gezellige boel hier! Vanavond wordt er paella voor ons gemaakt, ik ben benieuwd.Ik heb net een wandelingetje door het dorp gemaakt en kwam dit kerkje tegen. Ik kan me van onze eerste Camino herinneren dat er in dit deel van Spanje voortdurend ooievaarsnesten op ieder kerkje zitten. Zó leuk!Ik kwam een andere albergue tegen, Tío Pepe, superleuk met een gezellige bar erbij en daar zit ik nu lekker mijn biertje te drinken! Ik kwam er mijn Zweedse vriend Lasse tegen en een vrouw uit Australie.Het avondeten was geweldig en heel gezellig. We zaten met 16 man aan tafel en kregen een vier gangen diner geserveerd. Ik voerde links een conversatie in het Frans en rechts in het Engels. Nu lekker slapen.

Naar de Belgische Christine. Dag 2: naar Villares de Orbigo, 17.5 km

Het was koud vannacht, mijn dunne slaapzak hield me niet warm genoeg, maar ik was té lui om eruit te kruipen en een deken te pakken die ik gisteravond ergens had zien liggen, eigen schuld dus dat ik lag te bibberen!We kregen een uitgebreid ontbijt met onbeperkt vers gezette koffie, vers geroosterd brood, biscuitjes, yoghurt, fruit, sap en zelfs churros. Ik kon niet kiezen en dus at ik alles, heerlijk!

Het was koud aan het begin van de dag, de planten in de berm waren berijpt. Zelfs met mijn handschoenen hield ik koude vingers.

Het landschap was vlak met in de verte besneeuwde bergtoppen, links en rechts bouwland, nog onbewerkt.De enige voertuigen die ik onderweg op de landwegen zag waren tractoren op weg naar hun land om te ploegen en het klaar te maken voor de komende tijd.

Onderweg liep ik eerst met mijn muziek (met mijn reserve oortjes lukte het wél) en later met mijn Scandinavische ‘vrienden’. Het was gewéldig weer om te lopen: heerlijk fris en helder.Onderweg kwamen we over de Puente de Orbigo, met een lengte van 200 meter en 19 bogen de langste Romeinse brug in Spanje.

Ik wilde graag kennismaken met Christine Demuynck, zij is een Vlaamse hospitalera en woont in een klein dorpje op de Camino. Iedere Nederlander die lid is van het Genootschap kent haar naam. Ik liep daarom een korte route vandaag om te eindigen in haar albergue Villares de Orbigo. Ik maakte onderweg reclame voor haar, zodat ik er met de Zweedse Lasse en een Amerikaans echtpaar aankwam. Het is een leuk oud gebouw met een binnenplaats met trap naar boven en een balustrade met bank en zitjes. Vanavond kookt Christine een warme maaltijd voor haar gasten.

Het was een gezellige huiselijke avond met als Belgisch menu rode kool met appeltjes en braadworst.

Dag 3: naar Murias de Rechivaldo, 18.6 km

Het was koud vannacht!!! Ondanks een deken werd ik een paar keer wakker van de kou. Ik had pas in de nanacht de moed om mijn slaapzak te verlaten en mijn joggingbroek en fleece aan te trekken, waarna ik heerlijk warm werd en onder het zachte gesnurk van mijn kamergenoten behaaglijk in slaap viel.Gisteravond zaten er drie jonge vrouwen uit Taiwan aan tafel, één van hen was vegetariër vanaf het moment dat ze de Camino startte. In Taiwan is het niet ongebruikelijk om een periode vegetariër te zijn als tegenprestatie voor als je de goden om een gunst vraagt. Ik ken het bij ons allen alfa uiting van respect voor dieren of om de wereld en het klimaat niet te belasten. Hoewel, hoe zit dat met de katholieken, die eten in de vastentijd ook geen vlees 🤔Bij het ontbijt deed ik mijn eigen naam eer aan en moest ik blijk geven van een eigenaardigheid: ik loop van de eerste dag op de Camino met een kuipje échte boter, het maakt een broodje zóveel lekkerder! Het woord mantequilla leerde ik buiten Duolingo om.Ik startte met Zweedse folkmuziek via Spotify op aanraden van de Zweedse Lasse, hij is liefhebber van folkmuziek en speelt zelf allerlei vreemde snaarinstrumenten.

De eerste 10 km van de dag leidden door volledige stilte, weg van de auto’s en door de natuur. Zodra de weg de kleur krijgt van de foto en niet kaarsrecht is maar een beetje met bochten werkt voel ik me happy.Ik liep alleen. Als ik met Suus loop dan kunnen we elkaar ook makkelijk zeggen: nu even alleen, nu even met een muziekje. Ik vind het heel lastig om dat tegen een medepelgrim te zeggen, het is onbeleefd om te zeggen dat je alleen verder wilt lopen, het is toch een afwijzing (terwijl de ander misschien hetzelfde denkt!) Hoe moeilijk kan je het leven maken?!

In the middle of nowhere stond dit donativo kraampje, het was onbemand. Er lag wat fruit en je zou een kopje koffie kunnen tappen uit een thermoskan die er zó vies uitzag dat ik het niet eens heb overwogen! Je kunt dan wat geld achterlaten.

Christine raadde ons een cafeetje aan waar ze de beste tortilla van Spanje serveren. Ze had geen woord teveel gezegd, hij was heel dik, een beetje ‘sappig’ van binnen en door het meebakken van wat pimiente de Padrón lekker pittig.Halverwege de dag kwam ik in Astorga, daar bezocht ik met Lasse het paleis van Gaudi, begin vorige eeuw door hem gebouwd als woning voor de bisschop van de kathedraal die ernaast staat. De geschiedschrijving vertelt dat de bisschop toen het na jaren klaar was er niet wilde wonen! Toen iets met Franco waardoor het nooit gebruikt is, het is nu een museum.

Het weer werd in de loop van de dag steeds beter, ’s morgens vroeg met handschoenen en sjaal op stap en ’s middags zonder jas op een zonnig terras! Ik besloot om nog een plaatsje verder te lopen om de lange dag met klimwerk morgen een beetje makkelijker te maken. De dag eindigde in Casa Rural las Águedas, een heel gezellige albergue meeting en oud geef jouw met een binnenplaats en een grote tuin waar alwéér voor ons gekookt wordt.

On my own en tóch weer niet! Dag 4: naar Foncebadon, 21.1 km en 600 meter omhoog

Pfff, wat was het warm vannacht, nu lág ik dik ingepakt en bleek het niet nódig, altijd wat te zeuren!De dag begon al prachtig met een blauwe lucht en een lage zon zodat ik jullie kan tracteren op de obligate lange-schaduw-foto.De eerste 10 km waren makkelijk, vlak en rondom natuur en stilte, wat loopt dat anders dan in de buurt van of (nog erger) langs of zelfs óp het asfalt. Ik heb lopen genieten en blééf maar foto’s nemen, voor míj mooi maar voor jullie supersaai!De in dat plaatsje aanbevolen Rodeobar (die er eerlijk gezegd niét uitzag) was gesloten zodat ik al bang was zonder koffie de berg op te moeten. Nét voor ik het plaatsje uitliep stond er een bord dat een straatje inwees waar een schattig kleine tienda met zitjes in de tuin bleek te zijn.De dag stond voor mij in het teken van ‘on my own again’, want Lasse en de Amerikaanse Larry en Carolyn besloten vandaag een korter traject te lopen dan ik. Wonderlijk dat je moeite hebt met het achterlaten van mensen die je maar zó kort kent. Het idee er weer alleen voor te staan gaf me een gevoel van onzekerheid, daar liep ik onderweg over te mijmeren.De klimpartij, die er in boekjes best imposant uitzag, stelde het eerste deel niks voor, het was niet veel meer dan een vals plat. Ik kwam rond lunchtijd aan in het schattige plaatsje Rabanal del Camino waar een tuin was met allerlei zitjes en parasolletjes. Ik smeerde er mijn broodje (met échte boter, die nog steeds niet gesmolten is) en chorizo en luierde nadien in een badkuip met kussens!Daarna begon de serieuze klim naar boven. Ik ga bij het klimmen automatisch lange, trage stappen maken en ben dan binnen de kortste keren buiten adem zodat ik steeds moet stoppen. Nou is me al vaak geadviseerd om bij het klimmen kleine stapjes te maken en hetzelfde tempo aan te houden, dat voelt héél gek en onnatuurlijk, maar het ging goed. Kijken of het ook werkt als het écht klimmen wordt!Het zag er wat engig uit, al die eiken in winterslaap hun stammen en taken vol met korstmossen. In de hekken met schapengaas zijn kruizen gemaakt met takjes, best een luguber gezicht. Ik kan me ze nog herinneren van vijf jaar geleden, toen vond ik het ook een naar gezicht; ik denk dat pelgrims dat doen.En waar ik nu terecht ben gekomen! Een spookdorp, één straat met allemaal complete ruïnes van huizen en daarnaast een aantal prachtig gerestaureerde gebouwen met albergues erin. Beetje unheimische omgeving.Tot mijn stomme verbazing waren mijn vrienden tóch door gelopen om mij gezelschap te houden. We zitten nu gezellig rond een heerlijk warm houtvuur en eten straks samen een vegetarische paella.


Cruz de Ferro. Dag 5: naar Ponferrada, 26.8 km en 1000 m dalen.

Vannacht was er wéér een andere reden om wakker te worden. Gierende storm en kletterende regen op het dakraam waar ik onder lag, wat een tegenvaller na de stralende dag gisteren. De verwachting voor vandaag was ook al niet zo best!

Ik was de laatste om te vertrekken en zat in mijn eentje te ontbijten. Het ziet er een beetje triest uit op mijn ontbijtbordje, maar de korsten van dat artisanale brood zijn zó hard dat ik er niet nóg een kroon op wil verliezen!

Ik ging in volledige gevechtsuitrusting de mist in met regenbroek, poncho en handschoenen; de pas aangeschafte gamaches liet ik nog in de rugzak, die komen er pas uit als het serieus regent.Een pelgrim die voor me liep werd bij het verlaten van het dorp lastig gevallen door twee honden die pas na veel misbaar afdropen. Ik praatte mezelf moed in want ik moest er tóch langs, ze lieten me echter voorbij gaan zonder enige interesse te tonen.

Na 2 km kwam ik bij het Cruz de Ferro, een kruis boven op een hoge houten paal op een berg van stenen. Pelgrims leggen er een steen neer als symbool van iets wat ze achter willen laten. Ik had gehoopt het met een stralend blauwe lucht te zien, zoals ik vaak op de Facebook site van het Genootschap zie, maar helaas, het was net zo druilerig en koud als 5 jaar geleden toen ik met Suzanne mijn eerste Camino liep. Ik liet toen symbolisch mijn ziekte achter me. Het heeft niet geholpen, want de kanker kwam al twee keer terug. Ik liet nu niets achter maar stond wel stil bij het feit dat ik er desondanks na 5 jaar tóch nog steeds sta, waarvoor ik dankbaar ben en me gelukkig prijs.

Vandaag stond in het teken van afdalen, 1000 meter naar beneden. Het was een prachtige afdaling! Geleidelijk aan trok de mist op, verdwenen de wolken en had ik een prachtig uitzicht op hellingen met paarse heide en licht gele brem met in de verte besneeuwde bergtoppen. Het pad leidde over rotsige paden steil naar beneden. Halverwege, in het schattige plaatsje el Acebo was een heerlijk terras waar ik (naar later bleek) voor de laatste keer samen was met mijn drie vrienden. Ze lieten me later via een berichtje weten niet het eindpunt te kunnen halen waar ík op af stevende.

Ik vond een heerlijk picnic plekje en at er brood met boter en Spaanse ham.

Bij het bereiken van het schattige plaatsje Molinaseca met romeinse brug en vol zonnige terrasjes had ik er wel de pest in dat ik nog door moest naar Ponferrada. Ik héb tenslotte een vliegticket terug en moet me dus aan een dagschema houden. Zo zie je maar dat het tóch fijner is om dat open te laten en te lopen wat goed voelt!

Ik liep de laatste 8 km een beetje zonder animo en vermoeid het laatste stuk naar de stad Ponferrada. Ik kwam daar in mijn eentje aan bij een prachtig nieuw en luxe hostel, want ik had geen zin in de mega donativo albergue. Het ziet er prachtig uit maar is vrij onpersoonlijk.

Ik zit nu na mijn douche in de zon aan een biertje op het plein bij de kathedraal op een terras met allemaal op zijn zondags aangeklede Spanjaarden. Terwijl de ouders drankjes bestellen op de terrassen lopen de keurig aangeklede kindjes te spelen en duiven op te jagen.En hier is ie dan (op verzoek van Ewout) het koude biertje!

Het ziet er naar uit dat ik de komende dagen ook flinke etappes moet maken, maar eerst even genieten van de zon die zich toch weer schijnt aan het eind van de middag!

Vannacht was er wéér een andere reden om wakker te worden. Gierende storm en kletterende regen op het dakraam waar ik onder lag, wat een tegenvaller na de stralende dag gisteren. De verwachting voor vandaag was ook al niet zo best!

Ik was de laatste om te vertrekken en zat in mijn eentje te ontbijten. Het ziet er een beetje triest uit op mijn ontbijtbordje, maar de korsten van dat artisanale brood zijn zó hard dat ik er niet nóg een kroon op wil verliezen!

Ik ging in volledige gevechtsuitrusting de mist in met regenbroek, poncho en handschoenen; de pas aangeschafte gamaches liet ik nog in de rugzak, die komen er pas uit als het serieus regent.Een pelgrim die voor me liep werd bij het verlaten van het dorp lastig gevallen door twee honden die pas na veel misbaar afdropen. Ik praatte mezelf moed in want ik moest er tóch langs, ze lieten me echter voorbij gaan zonder enige interesse te tonen.

Na 2 km kwam ik bij het Cruz de Ferro, een kruis boven op een hoge houten paal op een berg van stenen. Pelgrims leggen er een steen neer als symbool van iets wat ze achter willen laten. Ik had gehoopt het met een stralend blauwe lucht te zien, zoals ik vaak op de Facebook site van het Genootschap zie, maar helaas, het was net zo druilerig en koud als 5 jaar geleden toen ik met Suzanne mijn eerste Camino liep. Ik liet toen symbolisch mijn ziekte achter me. Het heeft niet geholpen, want de kanker kwam al twee keer terug. Ik liet nu niets achter maar stond wel stil bij het feit dat ik er desondanks na 5 jaar tóch nog steeds sta, waarvoor ik dankbaar ben en me gelukkig prijs.

Vandaag stond in het teken van afdalen, 1000 meter naar beneden. Het was een prachtige afdaling! Geleidelijk aan trok de mist op, verdwenen de wolken en had ik een prachtig uitzicht op hellingen met paarse heide en licht gele brem met in de verte besneeuwde bergtoppen. Het pad leidde over rotsige paden steil naar beneden. Halverwege, in het schattige plaatsje el Acebo was een heerlijk terras waar ik (naar later bleek) voor de laatste keer samen was met mijn drie vrienden. Ze lieten me later via een berichtje weten niet het eindpunt te kunnen halen waar ík op af stevende.

Ik vond een heerlijk picnic plekje en at er brood met boter en Spaanse ham.

Bij het bereiken van het schattige plaatsje Molinaseca met romeinse brug en vol zonnige terrasjes had ik er wel de pest in dat ik nog door moest naar Ponferrada. Ik héb tenslotte een vliegticket terug en moet me dus aan een dagschema houden. Zo zie je maar dat het tóch fijner is om dat open te laten en te lopen wat goed voelt!

Ik liep de laatste 8 km een beetje zonder animo en vermoeid het laatste stuk naar de stad Ponferrada. Ik kwam daar in mijn eentje aan bij een prachtig nieuw en luxe hostel, want ik had geen zin in de mega donativo albergue. Het ziet er prachtig uit maar is vrij onpersoonlijk.

Ik zit nu na mijn douche in de zon aan een biertje op het plein bij de kathedraal op een terras met allemaal op zijn zondags aangeklede Spanjaarden. Terwijl de ouders drankjes bestellen op de terrassen lopen de keurig aangeklede kindjes te spelen en duiven op te jagen.En hier is ie dan (op verzoek van Ewout) het koude biertje!


Ver en nat! Dag 6: naar Pereje, 29.3 km!

Vannacht lag ik op een kamer met drie onappetijtelijke mannen die alleen gekleed in onderbroek op hun bed lagen te snurken, dat is toch onfatsoenlijk!

Ik heb nog niets verteld van Semana Santa, de Heilige Week die dit weekend is begonnen. Dat is blijkbaar een heel ding hier in Spanje. In de steden hangen aanplakbiljetten en er worden processies gehouden. Ik hoorde vanmorgen dat ik er gisteravond één ben misgelopen ☹ Ze lopen dan met van die enge kappen op, net als mensen van de Ku Klux Klan, best een beetje freaky.

Het schijnt dat de Spanjaarden in deze week vaak een stuk van de Camino lopen, maar dan beginnen ze meestal in Sarria, 100 km vóór Santiago; ik ben nu ca 200 km van Santiago dus ik hoop dat ik er geen last van heb.

Gisteravond ontmoette ik de drie vrouwen uit Taiwan weer, we hadden een uitvoerig gesprek over emancipatie. Zij vertelden dat vrouwen met een opleiding liever single en onafhankelijk blijven. Als je daar trouwt moet je als vrouw, óók in het moderne Taiwan, naast een baan en de zorg voor man en eventuele kinderen óók nog zorgen voor je schoonfamilie!

De weersverwachtingen voor vandaag waren al dagen slecht, zodat ik voorbereid de deur uitging. Als je vaker hebt meegelezen op mijn blog dan weet je dat ik op gespannen voet sta met mijn poncho. Ik heb altijd hoop dat ie me droog houdt, maar hij stelt me steeds teleur! Toen het vandaag begon te regenen merkte ik dat het natregenen eigenlijk erger is dan het nat zíjn. Je doorloopt drie fases: eerst de hoop dat je droog blijft (beetje onnozel, maar een mens blíjft hopen), dan de teleurstelling dat je tóch al snel nat wordt en vervolgens de acceptatie dat het niet anders is. Nu moet ik zeggen dat mijn schoenen met de gamaches redelijk droog zijn gebleven. Ik had ze voor vertrek thuis ook zéér uitvoerig en secuur tot iedere naad en nestel ingewreven met een beschermend goedje. Gelukkig blies de wind me tussen de buien door wel weer droog.

Nu we gisteren een kilometer lager zijn gekomen is het minder koud en zie ik dat de natuur hier veel verder is dan boven op de hoogvlakte. Ik zag zelfs mijn geliefde klaprozen, de poppy, die ik op de eerste Camino zo veel zag.

De route was vandaag was minder ruraal dan de vorige twee dagen, vaakst door bebouwing en vaak stukken langs de weg. Halverwege liep ik door heuvels vol wijngaarden met dode stokken. Als je goed keek zag je hier echter de eerste blaadjes voorzichtig tevoorschijn komen, mooi!

Ik heb geen gedetailleerde herinnering aan de route maar soms komt er opeens iets bekends voorbij zoals het Romeinse kerkje aan het begin van Villafranca del Bierzo waar Suus naar terug wilde toen we de stad aan de andere kant al uitliepen en dat we daar in de volle zon bij een tentje en zak vol kersen kochten, dierbaar.

Ik had me voorgenomen dóór te lopen naar een plaatsje voorbij deze stad zodat ik morgen de klim naar O Cebreiro kan maken. Toen ik het laatste stuk zonder veel animo door de regen liep (langs de autoweg!) voelde ik me wel een looser, er liep geen pelgrim meer buiten om half vier ’s middags, allemaal al lekker genesteld in een albergue met warme douche!

Als beloning voor dit doorstaan leed kreeg ik een gewoon bed (in plaats van een stapelbed) in een vrij lege slaapzaal én warme linzensoep met tarte de Santiago toe in het lokale café.


O CEBREIRO! Dag 7: naar Luñares, 26.0 km, 800 m omhoog!

Ook al ben ik op de Camino, ook hier werden we opgeschrikt door de brand in de Notre Dame, wát een ongelofelijke beelden!

Een dag met veel gevoelens! De dag dat ik vijf jaar geleden met Suus naar O Cebreiro liep is in mijn herinnering één van de gelukkigste in mijn leven (samen met die van de geboorte van de kinderen en mijn eerste ballonvaart). Ik koester die herinnering al vijf jaar en weet eigenlijk niet eens waaróm ik toen zo gelukkig was, omdat de zon zo onwaarschijnlijk blauw was? omdat ik het aan kon, die klim? omdat mijn mooie dochter vóór me liep? Ik wist dat dat gevoel niet nóg eens zou komen vandaag, maar vreemd was het wel én fijn.

De dag begon met mist en een gesloten bar, zodat ik zonder koffie vertrok. Toen óók nog eens kilometers lang langs de autoweg, die weliswaar heel rustig was, maar tóch ongezellig.

Vandaag stond in het teken van ‘de klim’, op de Gronze site die ik als leiddraad gebruik, wordt zelfs beweerd dat het de grootste klim in de Camino Francés is (hoewel de route Napoleon over de Pyreneeën veel hoger is). Het wordt vertaald uit het Spaans als ‘de mooie, spannende en gevreesde klim naar O Cebreiro, de grootste stijging van de Franse manier op Spaans grondgebied’. Hier komen foto’s.

Hoe komt het toch dat als een ander een foto van je maakt je er altijd zonder benen opstaat?

Ik kreeg pas college van een echte bergbeklimmer (die zelfs de Mount Everest beklom!). Bij het stijgen kleine stapjes (wist ik al!), goed doorademen en mindful je onbelaste been telkens een mini rustmomentje geven. Het is ongelofelijk, maar het werkte perfect! Ik moet altijd bij de eerste de beste klimpartij zwoegen met mijn stokken en om de paar meter stoppen om uit te hijgen. Ik klom nu driemaal 2.5 km met onmogelijk kleine pasjes zonder één keer buiten adem te raken! Het ziet er niet uit en het voelt héél onnatuurlijk, maar het was geweldig!

O Cebreiro zelf was een beetje een deceptie. Héél klein en met een volle mega albergue van 115 bedden in twee ruimtes, daar wilde zelfs ík niet blijven (en mijn Camino vrienden van de route Portugués weten dat het mij niet gauw te gek is!)

De enige andere albergue was vol. Gelukkig was er een escape naar een dorpje 3 km verderop. Vandaag voelde ik me geen looser maar een winner toen ik die kilometers volledig solo in de namiddag nog even wegtikte. Ik zit nu in een heel rustige albergue met louter dames. Ik ben heerlijk gedoucht, mijn wasje wappert in de wind, ik zit aan een biertje in de lokale bar en eet straks mijn broodje met een wijntje in de albergue. Fijne dag!

Ladiesnight in the albergue.


Easy peasy. Dag 8: naar A Balsa, 19.4 km

Op de foto zie je een levensgroot beeld van een pelgrim die zich in het berglandschap tegen de snijdende wind in vooruit zwoegt richting Santiago. Zo liep ik vandaag ook door onstuimig weer en harde wind met als belangrijk verschil dat ik hem grotendeels in de rug had!

Het parcours van vandaag was makkelijk: eerst nog twee gemene klimmetjes en daarna vlak en rustig dalend met de wind van achteren en een kortere afstand na een paar zwaardere dagen.

Ik ontmoette een Duitse die het gisteravond in de municipale albergue van O Cebreiro zó had gehad met de drukte, het opgepropt op elkaar zitten in een volle herberg met schreeuwerige Spanjaarden dat ze haar spullen heeft ingepakt en bij een hotel heeft ingecheckt. Goed dat ik er ben weggegaan, hoewel ik wel een mooie dienst in de kerk ben misgelopen, maar gelukkig had ik mijn zegen vorige week al gehad!

Hoewel ik helemaal vrij ben om te doen wat ik wil heb ik toch de houvast van planning nodig. Ik zég van tevoren wel dat ik altijd een bus of een taxi kan nemen als het beter uitkomt, maar ondertussen leg ik me toch een schema op waar ik niet teveel van af wil wijken. Ik deel van tevoren mijn dag in op het gekozen traject in behapbare stukken, waarbij ik er rekening mee houd of er dorpjes zijn met een barretje voor koffie. Ik heb meestal ook wel brood en wat beleg bij me voor een picnic onderweg als het weer het toelaat.

Ik eindigde de dag vandaag in een klein gehucht net voorbij Triacastela bij een ecologische albergue die gerund wordt door een Camino-liefdeskoppel, een Nederlander en een Italiaanse die een oud huis hebben verbouwd tot herberg en het el beso, spaans voor de kus hebben genoemd. Ze zijn vijf jaar geleden op tv geweest in Nederland. Het is hier wel héél ecologisch met een sfeer uit de tijd dat er zelfvoorzienende communes waren. Het plekje midden in de natuur is prachtig, echt een idyllisch geheel, maar wel héél basic en primitief. In de woonkamer is een houtvuur, de slaapvertrekken zijn onverwarmd. Én…. dan zijn er óók nog eens drie loslopende honden! Vanavond krijgen we een vegetarische maaltijd áls de stroom het weer doet die net is uitgevallen!


Voorbij Sarria. Dag 9: naar Molino de Marzán, 23.2 km

Gisteravond floepte de stroom vóórdat het donker werd weer aan, het was iets in een centrale geweest. We aten soep van versgeplukte brandnetels (!), rijst met megaveel groente, verse humus en een veganistisch puddinkje toe. De grote ruimte was niet goed warm te stoken met de houtkachel, zodat we direct na het eten met kleren en al (met fleece, sokken en sjaal) naar bed gingen en óók nog twee dikke dekens over de slaapzak. Ik sliep de hele nacht zonder het koud te hebben.

Ik vertrok vandaag eerder dan anders, om kwart voor acht, het was nét licht. Het was een sprookjesachtige ochtend, na de onstuimige wind van gister en de regen vannacht was het nu rustig en helder.

Gisteren liep ik te chillen met reggaemuziek uit mijn oortjes. Vanmorgen werd ik helemaal opgenomen in de stilte van de natuur met een uitbundig vogelgezang. Ikk werd er héél gelukkig van. Ik bedacht me hoe zoon Maarten dat zou ondergaan: luisteren, determineren, lokaliseren, observeren en tellen; ik stuurde een geluidsopname naar hem in Costa Rica, dat voelt dan tóch weer even dichtbij.

De weg was prachtig vandaag een heel afwisselend: bergpaden, bos, uitzichten, schattige dorpjes en holle wegen (daar ben ik dol op, maar ze laten zich moeilijk fotograferen)

En toen kwam ik aan in Sarria, daar had ik een heel andere voorstelling van. Ik zag vorig jaar zomer op Facebook een filmpje van een stampvol stadje waar je over de hoofden kon lopen, zoiets als Valkenburg op een zomerse zondag. Het is een stadje met een schattig compact centrum met bizar veel albergues en het was er nu rustig, haast stil.

Ik haalde een stempel in de kerk en at buiten een broodje.

Ik had mijn zinnen gezet op albergue Molino de Marzán in een gerestaureerde watermolen die gerund wordt door een jonge vrouw, acht km voorbij Sarria. Het is hier prachtig! Ik was om drie uur de eerste pelgrim, mijn Franse vriendin van de laatste dagen wist niet of ze zover zou lopen vandaag.


Een min dagje. Dag 10: naar Gonzar (voorbij Portomarin), 22.8 km

Ik had mijn dag niet vandaag en waarom, geen idee. Ik had heerlijk geslapen in de steenkoude onverwarmde slaapzaal omdat ik nu de truc met de kleren en de dekens wel ken. Gister had zich nog één andere pelgrim gemeld, een Canadese Filippijn met wie ik samen de door de hospitalera gekookte maaltijd gebruikte.

De natuur en het gefluit van de vogels hadden niet de magische uitwerking van gisteren op me, mijn benen waren zwaar, ieder hellinkje was een opgave, ik had nare hartkloppingen (niks kwalijks maar wel vervelend), een pijnlijke ontstoken duim ( eigen schuld, dan moet je maar geen velletjes bijten!) en toen begon het ook nog te regenen….

Ik besloot een poging te doen om mezelf te resetten en stopte in een cafeetje, helaas, verkeerde keuze: er was niemand behalve een chagrijnige dame achter de bar.

Toen probeerde ik het met klassieke muziek; toen het hoornconcert van Mozart en de Pastorale van Beethoven geen succes hadden vroeg ik me af of ik net zo geprogrammeerd ben als mama en probeerde ik André Rieu. De eerste klanken hadden nog weinig effect maar toen ‘an der schönen blauen Donau’ van Strauss mijn hoofd vulde begon ik als vanzelf mee te neuriën en huppelde ik bijna, net als mama’s reactie op die muziek!

En toen het ‘nog maar 100 km momentje’, nu ik geleidelijk aan steeds minder graag naar mezelf kijk neemt het aantal selfie-momentjes af, maar bij gebrek aan voorbijgangers moest ik toch op deze manier zélf dit moment vastleggen.

Ik vind die paaltjes onderweg best irritant. Ze beginnen in Galicië en geven voortdurend aan hoever het nog is naar Santiago, ongemerkt kijk je daar tóch steeds naar en ben je voortdurend bij die afstand en de vordering van de dag bepaald.

De route van vandaag was opnieuw mooi: veel natuur, mooie paden, door bos en grasland, heuvelachtig en met een kralenketting van kleine boerengehuchtjes waar de straatjes geplaveid zijn met koeienvlaaien.

Ik zag vandaag ook weer de eerste horreos, graanschuurtjes bij de boerderijtjes, specifiek voor Galicië.

De weg leidde vandaag door het plaatsje Portomarin dat in de zestiger jaren onder water verdween toen er een stuwdam werd aangelegd waardoor het onder water liep, het is daarna boven de waterspiegel herbouwd. Ik vond het 5 jaar geleden een stom stadje, de municipale herberg had een nare, ongastvrije sfeer (maar we hebben er met een stel vrouwen wel lekkere sangria gedronken op een zonnig terrasje). Ik liep vandaag nog een stukje door om morgen op tijd een doorsteek te kunnen maken naar de Camino Primitivo om een nachtje te kunnen verblijven bij Ria en Ton die daar sinds vorig jaar een albergue runnen.

Ik eindigde de dag in de munipale herberg van de Xuncta de Galicia in Gonzar, een moderne herberg in een saai en strak gebouw.

Ik zit nu in de bar ernaast in de frituurluchten (waar mijn schone kleren straks naar zullen gaan stinken!) aan een biertje met de Franse Marine die weer is opgedoken.

Ik vergat nog te vertellen dat ik gisteren bij het verlaten van Sarria een kijkje nam in het klooster daar. Ik ben dol op kloostergangen, dus toen ik daar een deur open zag staan ging ik naar binnen en zag een schattige kloostergang met tuin en bloemen. In de gang stond de processieheilige klaar op een draagbaar en waren ze verderop de laatste hand aan het leggen aan de Jezus in zijn glazen kist. Ik voelde al wel dat ik daar niet komen mocht en kreeg dan ook een onverbiddelijk ‘no’ te horen toen ik vroeg of ik even mocht rondkijken. Geen foto, dat begrijp je!

Naar Ria en Ton. Dag 11: doorsteek naar de Camino Primitivo, 16.9 km

Vanmorgen zag de lucht er buiten zó veelbelovend uit dat ik mijn wandelrokje voor het eerst deze tocht onder uit mijn rugzak gegraven heb en meteen ook maar besloot mijn jas uit te laten. Dat was om half negen nog wel wat frisjes maar daarna werd het een fantastisch zonnige dag. Ik begrijp dat jullie ook een prachtig Paasweekend hebben in Nederland. De lente begint hier nu toch ook écht goed zichtbaar te worden: volop bloesem, nieuw frisgroen blad aan de bomen en bloemetjes in de bermen.Ik heb op mijn dooie akkertje gelopen vandaag, ik had de etappe naar Palas de Rei wat kort gemaakt zodat ik ’s middags bijtijds zou arriveren voor de doorsteek naar Ferreira, waar Ria en Ton sinds vorig jaar albergue Ponte Ferreira runnen. Ton haalde me er met de auto op. Morgen loop ik dan op de Camino Primitivo naar Melide, daar komen beide Camino’s samen en maak ik hem verder af naar Santiago. Ik geloof dat ik zo net wat meer kilometers maak, maar dat moet lukken in de komende vier dagen.De route vandaag stelde wéér niet teleur, een beetje hetzelfde als gister. De bergen liggen nu wel achter me maar het blijft nog voldoende heuvelachtig om afwisselend te zijn, beetje klimmen, relaxed dalen, door het bos met nu een dan een uitzicht.In de kerk van Palas de Rei haalde ik een stempel en brandde ik een écht kaarsje, dat werkt vast beter dan zo’n elektrisch lichtje in Santiago.Ik werd heel gastvrij ontvangen door Ton en Ria. Ik kreeg hetzelfde bed als toen Suzanne en ik vorig jaar een nachtje hier te gast waren. Ria maakte een heerlijke courgette soep en vegetarische lasagna, het was heel gezellig.PS Zweed Lasse was wél aanwezig bij de processie in Sarria waar je de glazen kist, de processie heilige en de gemaskerde mannen ziet. Als je de link selecteert en via Facebook opent dan zie je de video die hij poste: https://www.facebook.com/1473142800/posts/10213614934355680/

Eerste Paasdag. Dag 12: naar Melide, 20.0 km

Ik weet dat ik vannacht gedroomd heb en dat ik iets hardop heb gezegd, maar wát? Toen een Amerikaanse dame me aan de ontbijttafel vroeg of ik lekker geslapen had zei ik gewoon maar ja, had ze me gehoord of was ik verder onrustig geweest? Ze zei niets, uit beleefdheid?

Die ontbijttafel was een échte Paastafel, compleet met een gekookt eitje en Ria had zelfs een speciaal paasbroodje gebakken.

Ik liep vandaag één dagje op de Camino Primitivo. In de eerste uren kwam ik geen sterveling tegen en liep ik alsof ik alleen op de wereld was over twee heuvels met een weids uitzicht. Ik had zelfs geen internet signaal voor Spotify of de radio, maar dat kan ook onhandigheid van mij zijn met iets bij ‘instellingen’. Ik kwam een gesloten cafeetje tegen en rustte tweemaal uit, op een stenen bankje bij een kerkje en een keer op het gras in de berm.

Ik kwam al vroeg in de namiddag met loodzware en vermoeide benen aan in het stadje Melide en checkte in bij de prachtige hotelwaardige private herberg San Anton, om de hoek bij de kerk. Het was op straat gezellig druk met een levendige markt.

Ik deed mijn wasje en at een broodje in de tuin van de albergue en daarna heb ik twee uur in bed liggen slapen, maar mijn benen bléven zwaar. Wat is dát nou opeens? Ze zullen die laatste 50 km toch nog wel wegtikken?

En een klein heimwee momentje bij het zien van deze foto’s op de familie app.


Tweede Paasdag. Dag 13: naar A Calle de Ferreiros, 21.9 km

Je zou toch denken dat ik na een middagdutje, een uurtje op een ligstoel in de zonnige tuin van de albergue, een lange goede nachtrust én een stroom aan opbeurende woorden van jullie allemaal vandaag als een speer zou gaan, maar ik moet zeggen dat de fut er nog steeds een beetje uit was vanmorgen. Ik nam me voor om er mijn humeur niet door te laten bederven, het heel rustig aan te doen en ruime pauzes te nemen en zo ging het prima vandaag!

Toen ik vanmorgen Melide uitliep kwam ik mijn schaduw zó nadrukkelijk tegen dat ik jullie toch nóg een keer trakteer op een lange-schaduw-foto:

Het weer was prachtig, veel bos, veel paden, volop terrasjes maar ook veel strijden en dalen. Ik dacht dat het hobbelige profiel grafiekje niks voorstelde, maar elke meter omhoog is tóch weer even aanpassen.

Door mijn uitstapje naar de Camino Primitivo ben ik de aansluiting met mijn mede pelgrims van de Francés een beetje kwijtgeraakt. Ik at gisteravond voor het eerst alleen, een magnetron-lasagna die nogal schril afstak bij die van Ria de dag ervoor!

De weg leidde ook weer door eucalyptusbossen, specifiek voor Galicië, ze blijven me steeds intrigeren: de vellen aan de stam, de vreemde geur en de beetje creepy sfeer in zo’n bos.

In het stadje Arzua heb ik op een bankje mijn broodje gegeten. Ik loop al een week met mijn kuipje boter boven in mijn rugzak, nu het warmer wordt is het wachten op een ramp met lekkage van gesmolten boter. Ook al zit er een plastic zak om heen, ik ben er niet gerust op, maar ik vind het toch ook weer zonde om het erg te gooien. So far nog geen problemen.

De pleinen in de stadjes hebben steeds platanen die zó gesnoeid zijn dat ze als ze in blad zijn een rij groene parasollen vormen. Nu ze nog zo kaal zijn zien ze er vreemd uit.

In de middag kwam ik tóch nog een bekende tegen, Rachel uit Australië (van de ladiesnight in Luñares) en later Julia uit Peru met haar Spaanse vriend Miguel, we kletsten bij op een terrasje. Ik hoorde dat mijn Franse vriendin vertraging heeft opgelopen door toenemende klachten van haar tendinitis.

Ik eindigde de dag na mijn slakkengangetje van vandaag om vier uur ’s middags in de prachtig nieuwe albuerge A Ponte de Ferreiros.

Eigenlijk zouden hospitaleros zelf eens moeten overnachten in hun eigen albuerge, want het valt me ook hier weer op dat er flink geld aan de verbouwing is uitgegeven maar dat simpele zaken niet kloppen: géén plek voor je kleren in de douche, onvoldoende haakjes, geen ruimte rond je bed voor je spullen, geen plek om natte spullen te drogen, keukens zonder pannen enzo. Ria vertelde dat alle nieuw te openen herbergen wel aan allerlei eisen moeten voldoen zoals een eigen stopcontact voor iedereen, een eigen lampje en plankje.

En morgen is het hier met het mooie weer gedaan en dat komt niet meer terug voordat ik woensdag voor de kathedraal sta!


Santiago al bijna in zicht! Dag 14: naar Lavacolla, 21.3 km

Met blind vertrouwen in de weersverwachting trok ik mijn regenbroek aan en ging de hoes over de rugzak ook al was het nog droog bij vertrek. Al snel vielen de eerste druppels, het bleef de hele dag zachtjes regenen. Gister nog met blote benen, vandaag de handschoenen weer aan, volop variatie! Ik liep met radio 538 op mijn oortjes en hoorde ieder uur een paar keer zeggen dat het bij jullie zulk práchtig weer is, terwijl ik gezellig regendruppels op mijn capuchon hoorde tikken.

Het was vandaag bos in, bos uit. Bij dit sombere moordenaarsweer zagen die er best eng uit, vooral de eucalyptusbossen die met de zon er op juist betoverend mooi kunnen zijn. Terwijl ik thuis nóóit alleen een bos in zou durven voel ik me ook bij dit weer toch niet bang, daar blijf ik me over verbazen!

Ik heb dit laatste stuk van de Francés drie keer eerder gelopen (in mei, oktober en mei), maar het is nog nooit zo rustig geweest als nu. De route vanaf Léon is prachtig geweest, heel afwisselend, veel natuur, schattige dorpjes, leuke stadjes en de drukte viel in april reuze mee, genoeg mensen om het gezellig te hebben en nergens té druk, geen gedoe om aan een bed te komen, ik kan het jullie allemaal aanraden!

Ondanks de regen liep ik heerlijk vandaag. Ik heb twee keer uitgebreid gerust in cafés waar ik lekker mijn natte jas uittrok en wat kon opwarmen. Ik at een lekkere, warme, dikke Gallicische soep met kikkererwten om me een voldaan gevoel te geven. Alleen moest daarna die natte klamme jas wel weer aan, brrrr!

Ik ben gestopt in een albergue 10 km vóór Santiago, dan heb ik morgen wat tijd in Santiago. Het fijnste moment als je nat aankomt is natuurlijk een warme douche en droge kleren. Ik lig bij een radiator waar ik illegaal mijn natte spullen op droog.

Ik had nog niet geschreven hoe lekker rustig het is onderweg, liep daarna de hele herberg vol: 30 zeiknatte pelgrims die overal chaos om zich heen veroorzaken en een bérg natte schoenen (die van mij staan, ook illegaal, onder die bewuste radiator te drogen).


Santiago! Dag 15: naar de kathedraal, 9.9 km

Vandaag weinig verhaal maar bereid je voor op een aantal obligate foto momentjes.

Het is helaas blijven regenen, maar het was nog maar een kleine afstand vandaag. Ik heb de poncho inmiddels helemaal afgezworen en dat loopt een stuk makkelijker.

Op de Monte de Gozo, de hoogte waarvandaan je bij goed weer Santiago (en met een beetje fantasie de kathedraal) kan zien liggen in de verte was verlaten. Normaal krioelt het daar van de opgewonden pelgrims en zijn er kraampjes, nu niets en in de verte alleen maar mist en regen.

Voor de lange weg de stad in heb ik de pijlen inmiddels niet meer nodig, ik passeerde de bekende punten waar iedereen een foto maakt. Daar komen ze!

Het is wat minder gezellig op straat in de regen, zonder zonovergoten terrassen, maar binnen in een barretje smaakte mijn biertje met tapas ook prima.

’s Avonds had ik een afscheidsdiner in het hospederia san Martin Pinario met Julia (Peru), Marine (Frankrijk), Miguel (Spanje) en Rachel (Australië).

Tot ziens Santiago!

Jullie allemaal weer bedankt voor het meelezen en meeleven. En . . . ik meld me wel weer!