NB

Heb ik gister mijn afsluiting toch iets te vroeg gepost! Ik had een vlucht geboekt via TAP, de Portugese vliegtuigmaatschappij. Door een steeds verder oplopende vertraging miste ik de overstap op Lissabon. Zoals jullie zien werd ik ondergebracht in een luxe hotel, na al die koude nachten in stapelbedden óók wel eens fijn. Ik dineerde met drie andere gestrande landgenoten in het deftige restaurant.

Na een heerlijk ontbijtje werden we door de taxi bij het vliegveld afgezet.

In het vliegtuig kwam ik naast een van de Camino de Mozárabe af gevluchte pelgrim te zitten (is dat toeval, Jacob?), dus dat werd een gezellige thuisreis!

Eind goed al goed!

Dag 9: naar Torremejía, 26.7 km, of nee…. naar huis!

Avond en ochtend

In twee uur tijd is alles hier veranderd! Gisteravond hebben we met een fles wijn op het plein een gezellige avond gehad, nog vast van plan vandaag een fikse afstand te gaan lopen. Toen ik wakker werd stond er een bericht op de app van Anne Marie: sorry, maar we gaan naar huis!

Bron: NOS.nl

Tijdens het ontbijt was er een app gesprek met ons ‘Camino de Madrid app-groepje’ waarin Cecilia om raad vroeg: gaan of niet gaan? Ze zou immers zondag naar Merida komen waarna we samen verder wilden lopen tot Salamanca. Simone zond een bericht door met een oproep uit Spanje aan pelgrims om niet naar de Camino te komen met de uitspraak: El Camino te esperara! (de Camino wacht op je) of anders gezegd: de Camino loopt niet weg 😂😂!

Toen ging het snel, ik boekte bij een tweede kop koffie een terugvlucht via Sevilla, omdat Madrid al problemen heeft. Een kwartier later stonden we op het busstation waar onze Spaanse vrienden ook al op een bus wachtten naar Merida omdat de herberg waar de etappe vanavond eindigt de albergue heeft gesloten.

Er is nu geen sprake meer van een irreële angst voor mogelijke problemen, maar een achtbaan die niet met te stoppen is! Dus waarom wachten op problemen? Ik heb deze week in Trouw een interview gelezen met mijn grote broer Gerard Boter, inmiddels emeritus hoogleraar Grieks en Epictetus-kenner, waarin naar voren kwam dat er in het leven vaak zaken zijn waar je geen invloed op hebt, maar dat je als individue wél een keuze hebt hoe je daarop reageert: boos, verdrietig, opstandig of accepteren dat het zo is. Ik heb er voor gekozen dat het helemaal goed is zo, de Camino wacht op mij!

In de bus naar Sevilla

To be continued!

Wijn en olijven! Dag 8: naar Villafranca de los Barras, 19.8 km

Vino tinto op het Plaza Grande van Zafra

Terwijl wij hier vrolijk wandelen en ons druk maken over een paar kilometer omlopen staat de wereld in brand, stort de wereldeconomie in en gaan hele continenten op slot. Gisteravond kwam er dan toch ook wat onrust hier binnen. Een Nederlandse pelgrim had druk overleg met kenners aan het thuisfront en stond vanmorgen klaar om de bus te pakken en naar huis te vliegen voordat Spanje op slot gaat. Ik deelde een slaapkamer met de Brabantse dames, wij werden er wel wat onrustig van en vroegen ons af of we onverantwoord bezig waren met ons Camino avontuur. We besloten niet in paniek te raken en gingen gewoon op stap.

Antonio, de wat oudere, grijze en langharige hippie-hospitalero, president van de lokale pelgrimsvereniging verraste ons met een kop koffie en een croissantje als ontbijtje en nam bij het afscheid een foto van ons drieën, schudde ons (geheel tegen de huidig geldende hygiëneregels in) hartelijk de hand en gaf zijn kaartje mee zodat wij hem in nood kunnen bellen! Wat een schat!

We wandelden door het park het stadje uit en liepen de hele dag over glooiende onverharde landwegen en – paden, voortdurend tussen olijfboomgaarden met oude, dikke en knoestige stammen en langgerekte wijngaarden. Een prachtige route!

Het blijft toch moeilijk te begrijpen dat het wandelen de ene dag moeizaam kan gaan zonder dat ik er plezier aan beleef en dat het de andere dag heerlijk is zonder last van het gewicht op mijn rug. Tussen het lopen bleef ik toch af en toe denken aan de haastige en paniekerige blik vanmorgen in de ogen van Daan, de tot dan toe zo relaxte hippie!

We checkten in bij de private albergue Extrenature; de Brabantse dames hebben samen een kamer en ik lig op een verder nog lege vier-persoonskamer.

We hebben net een copieus drie gangen dagmenu achter de kiezen op een terras en zagen op internet weer nieuwe maatregelen: eerst alleen nog adviezen om het beeld van St Jacob in de kathedraal in Santiago tot nader orde niet meer een knuffel te geven (dat hoort nl zo na aankomst!), maar nu ok dat herbergen op verschillende Camino’s (deels) hun deuren sluiten (ook die waar we vannacht nog sliepen!!!) en ik las op de Facebook site van het Genootschap dat veel pelgrims afzien van het afreizen naar Spanje en hun Camino laten schieten.

Nu afwachten wat Cecilia doet!

De lange (om)weg naar Zafra! Dag 7: naar Zafra, 24.2 km (én ca 4 km om😖)

Tussen zes en zeven ’s avonds stroomden ook in dit kleine plaatsje de families de deur uit om op het dorpsplein rond te hangen. Het was grappig om te zien dat niet alleen de baby’s in kinderwagens naar buiten werden geduwd voor een ommetje in de late zon, maar ook bejaarden in rolstoelen!

De Duitse zussen bleken in hetzelfde pension als ik gereserveerd te hebben. Die Regina was nog steeds druk in de weer met haar vertaalapparaatje; nu het nieuwtje er vanaf is, begin ik er een beetje kriebelig van te worden en heb ik ze een beetje ontweken.

De avond was voor het eerst zwoel genoeg om buiten te zitten na zonsondergang. Ik heb een gezellige avond gehad met mijn kamergenote de Nederlandse Alice én een fles rode wijn op het dakterras van het pension. Al pratende bleek dat we qua ziekte in hetzelfde schuitje zitten; ze is 57 jaar oud en heeft óók lymfeklierkanker, weliswaar een andere variant, maar ze kreeg dezelfde initiële behandeling als ik en leeft nu ook met dezelfde zekerheid van én dezelfde onzekerheid over het hoe en wanneer.

Vandaag een langere afstand over een vrij eentonig parcours. De eerste 6 km ging over een kaarsrechte brede landweg op een vlak terrein, daar was geen gele pijl voor nodig, zó saai dat ik er niet eens een foto van heb gemaakt! Ik denk dat we de eikenbomen en de knorrende varkentjes definitief achter ons hebben gelaten, best jammer!

Later werd het iets afwisselender, de weg passeerde een gebied van wijnstokken in kaarsrechte rijen, nu nog doods in winterslaap, wat zal dat er straks anders uitzien met fris groen blad en later mooie druiventrossen!

Ik had helaas mijn dag niet echt. Ik presteerde het om een pijl te missen op een verdekt opgestelde kei bij een vorkvormige splitsing van de weg, daar kwam ik 2 km later pas achter toen ik er door een eenzame schaapherder op gewezen werd. Zó loop je nog blijmoedig te wandelen en zo loop je te balen dat je een roteind terug moet lopen en opnieuw moet beginnen! Het was vandaag een stuk warmer (28 graden), ik kwam geen sterveling tegen en mijn rugzak was vandaag zo zwaar!!! Ik moest af en toe mijn rugzak éven een paar minuten losmaken om verder te kunnen, ook dát zit tussen de oren, maar het voelt niet fijn!

Vier km vóór Zafra kwam ik door een dorpje waar ik heerlijk kon genieten van een overmaat aan koude drankjes op een beschaduwd terras, zodat ik het laatste stuk weer energiek met mijn stokken weg kon tikken!

Ik vond een bedje in de Albergue van de Amigos del Camino de Santiago de Zafra, een prachtig oud gebouw in de stad. Ook híer weer een prachtig dakterras waar het wasje wappert.

De Coronacrisis is voor ons als pelgrims op de achtergrond aanwezig, maar heeft tot heden (nog) geen concrete invloed. Ik kreeg een bericht van Hanneke dat ook in Costa Rica maatregelen worden genomen en hoorde van een Oostenrijkse pelgrim dat haar land sinds gister op slot is gegaan.

Gezelschap van mijn oortjes. Dag 6: naar Fuente de Cantos, 20.7 km

Soms heb ik voldoende wifi signaal om ’s avonds DWDD (terug) te kijken, de laatste maand van dit legendarische programma wil ik niet helemaal missen!

Vanmorgen kwam ik hem weer tegen: mijn lange ochtend schaduw, dus ik gooi hem er weer even in!

De ochtend liep over een bochtige verharde zandweg, door gestapelde stenen muurtjes en eiken door. Ik heb me laten vertellen dat er kurkeiken zijn, waarvan kurk geoogst wordt van de bast en steeneiken, waar de varkens de eikels van eten.

Op de weg krioelde het van de rupsen, ik hoop niet dat het Processierupsen zijn met al die eiken hier! Ik heb gelukkig (om andere reden) koelzalf bij me, maar tot heden heb ik nog geen jeuk 😉

Vandaag had ik gezelschap van mijn oortjes, ik luisterde mijn vrienden Coen & Sander terug op de radio en de podcast van Corine Koole van de Volkskrant. Ze heeft ook een column in het Volkskrant Magazine op zaterdag. In de podcast interviewt ze koppels met een bijzonder verhaal over hun relatie, ik vind het fijn om er naar te luisteren.

In het tweede deel van de etappe veranderde het landschap: de bomen verdwenen en er kwam een wijds landschap voor terug van lichtglooiende heuvels waarop tarwe begint te groeien en soms zeeën van kleine gele en witte bloemetjes.

Het weer is perfect! Er is zon met een windje, ik denk ca 20 graden. Ik kan me voorstellen dat het op deze open vlaktes niet te harden is van de hitte in de zomer; het kan hier dan 40 graden zijn! Ik heb zomerse foto’s gezien waarop alles geel is, alle groen verdwenen.

Al van ruim 10 km afstand zag ik het witte stadje Fuente de Cantos liggen; je wéét dat het dan nog twee en een half uur duurt voordat je er bent, maar je gelóóft het eigenlijk niet. Door de glooiing verdween het einddoel steeds uit beeld om dan opeens weer op te doemen en opeens was ik er. Tot nu toe zijn de huizen in alle plaatsjes maagdelijk wit geschilderd, dat zal wel iets met de heftige zonneschijn in de zomer te maken hebben.

Ik heb gister gereserveerd in het pension el Zaguán de la Plata, omdat er in dit plaatsje geen albergue is. De Brabantse dames troffen het pension ‘completo’ en moesten zes km verder lopen.

Ik werd in het lokale restaurant weer bij mijn Spaanse amigos aan tafel genodigd en at op hun advies een menu met als voorgerecht een omelet met paddestoelen en Jamón Iberico en als hoofdgerecht een Solomillo Iberico, een heerlijk stukje vlees, niet te vergelijken met ons varkensvlees dat weinig smaak heeft.

Ik lig nu heerlijk op het grasveldje in de tuin van het pension mijn fotootjes te kijken en mijn blogje te schrijven naast een klaterend fonteintje. Life is beautiful!

Met de Brabantse meiden. Dag 5: naar Monesterio, 20.0 km

Die Isolde und Regina

Gisteravond heb ik een wijntje gedronken met de Brabantse én de Duitse zussen op een terras. Regina heeft een apparaatje (ein ubersätzungsgerät) van haar man meegekregen dat een Spaanse vertaling geeft van wat ze in het Duits inspreekt, waarmee ze ‘zwei Rotwein bitte’ bestelt en alles vraagt wat ze hebben wil, hilarisch. Ze is er voortdurend mee in de weer! Ze is een echte regelaar en haar zus vindt alles goed en laat zich alles aanleunen. Tijdens het gesprek kwamen we opeens op heel serieus terrein en vertelde ze over haar gevangenschap toen ze als jong volwassene met haar gezin Oost Duitsland uit wilde vluchten en hoe ze God ontmoet heeft in haar cel. Ze ontfutselde mij mijn gezondheidsproblemen en bad als een gebedsgenezeres met haar zus samen voor me, het werd een heel bijzondere avond. De Brabantse zussen waren ook wat ontdaan en kwamen me later in mijn hostel nog opzoeken om te zien of ze nazorg moesten verlenen.

Ik liep vanmorgen na het ontbijt de Brabantse zussen in de armen. We zijn samen op stap gegaan en bleven de hele dag met zijn drieën oplopen, heel gezellig. Als je loopt te kletsen is zo’n dag toch weer anders dan mijmerend in je eentje. Opnieuw was er deze hele etappe geen dorpje onderweg. De eerste helft van de dag liepen we op een brede zand/ grind weg tussen de eindeloze kurkeiken door.

We hadden gehoord dat de tweede helft van de etappe langs de snelweg zou gaan en waren bang dat we langs de vangrail over asfalt zouden moeten lopen, maar dat viel erg mee! Er liep een stukje eucalyptus bos tussen de autowegen, een stuk ging parallel over zandpaadjes en het laatste deel over een oude, ongebruikte B-weg; het kón erger! De laatste paar kilometer stegen we geleidelijk tot 800 meter, volgens mij komen we deze Camino niet hoger dan dat!

We zagen een slangetje onderweg, ik consulteerde tropenzoon Maarten, het is een Rhinechis Scalaris of trapslang!

Het einddoel van de dag was Monesterio, dé stad van de Jámon Ibérico (de Iberishe ham!), er is hier zelfs een Muséo de Jámon!

Elly, die hier een week vóór mij liep is in Monesterio bestolen; in een restaurantje werd haar buideltasje uit haar tas gestolen! Het werd later op straat terug gevonden, alle cash geld was er uit maar gelukkig niet haar paspoort en pasjes! Ik ben altijd bang om mijn spullen kwijt te raken en doe mijn buideltasje alléén af onder de douche, ik heb hem zelfs om als ik slaap!

Ik heb voor vannacht en één persoonskamer in een hostel, óók wel eens fijn!

Púúr natuur! Dag 4: naar El Real de la Jara, 13.6 km

De etappes worden bepaald door de overnachting adressen, vandaag was het kiezen tussen 13.6 of 33.6 km. Ik heb op voorhand een indeling gemaakt zodat ik geen monstertochten hoef te lopen, want de standaard etappes in de boekjes en op Gronze.com zijn soms erg lang.

Anne Marie en Nettie

Ik heb gistermiddag nader kennis gemaakt met de Brabantse zussen Anne Marie en Netty, ze lopen vaker een paar weken samen op de Camino’s. We sliepen in dezelfde albergue en ontbeten samen in een lokale bar, waar zoals gebruikelijk de mannen aan de toog staand hun koffie drinken

En daar waren ze dan, de eerste Iberische varkentjes, genoeglijk knorrend aan het rondscharrelen onder de kurkeiken, precies zoals ik me dat romantisch had voorgesteld! Ze zijn een stuk kleiner dan onze kolossale varkens en bruin in plaats van blote-billen-roze, heel schattig!

De héle dag was één oase van rust! Geen autowegen, geen verkeersgeluiden, alleen maar vogelgezang en gezoem van insecten, een stralend blauwe lucht, een verkoelend fris briesje, jas uit: het grote genieten. Ik heb vandaag dan ook niets te melden, mijn hersenen hebben volledig in zijn vrij gestaan.

Als je nu je ogen dicht doet, dan kan je de vogels vast ook horen!

Hier passeerde ik via de stapstenen één van de beekjes, waar je in een regenperiode zéker natte voeten maakt.

In het tweede deel van de etappe zat nog een gemene klim. En gek genoeg waren de laatste kilometers tóch best zwaar ook al was het een korte etappe, maar dat heb ik vaker ervaren, dat zit gewoon tussen je oren! Als je je instelt op 13.6 km dan is het aan het eind gewoon klaar en wil je niet meer verder.

Ik had een overnachtingsadres in mijn hoofd maar liet me door een vriendelijke hospitalero een private albergue binnenkletsen. De municipale albergue was donker en rook naar schimmel en deze had drie propere lichte kamers met elk twee heerlijk opgemaakte bedjes en een dakterras. Mijn wasje hangt al lekker buiten droog te wapperen.

Het enige restaurant in het dorp zat zó afgeladen vol met locals aan de zondagse lunch dat er voor mij geen plekje meer was en toen werd ik door mijn drie Spaanse amigos aan hun tafeltje genodigd! Ik bestelde in navolging van hen een Solemio met Roquefortsaus en frietjes, superlekker! Het werd nog een heel gezellige maaltijd waar ik me met mijn Duolingo Spaans doorheen worstelde en we oa de Coronacrisis bespraken! Noord Italië op slot en in Spanje is ook Sevilla inmiddels bereikt. Maar als ze met elkaar praten, druk gesticulerend, dan versta ik er geen bal van!